Start ecologisch onderzoek voor het soortenmanagementplan
De gemeente Roosendaal wil gebouwen verduurzamen. Woningen worden beter geïsoleerd en aangepast om energie te besparen en de CO₂-uitstoot te verlagen. Tegelijk wonen in en rond gebouwen ook beschermde dieren, zoals vleermuizen en vogels. Deze soorten zijn beschermd onder de Omgevingswet. Daarom is het belangrijk dat we bij het verduurzamen van gebouwen ook rekening houden met de natuur. Zo zorgen we samen voor een duurzaam en diervriendelijke leefomgeving.
Om deze dieren te beschermen én verduurzaming mogelijk te maken, werkt de gemeente aan een soortenmanagementplan. Dit plan is gebaseerd op ecologisch onderzoek en helpt om werkzaamheden op een zorgvuldige en wettelijk juiste manier uit te voeren. Een belangrijk voordeel hiervan is dat woningeigenaren binnen de gemeentegrenzen zelf geen afzonderlijk ecologisch onderzoek meer hoeven te laten doen. De gemeente Roosendaal neemt dit onderzoek centraal op zich en ondersteunt inwoners zo bij het verduurzamen van hun woning.
Doel onderzoek
Voor het maken van het soortenmanagementplan laat de gemeente Roosendaal ecologisch onderzoek doen in de bebouwde omgeving. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Nationaal Soorten Management (NSM).
Het onderzoek laat zien welke beschermde dieren in de gemeente Roosendaal leven, waar zij voorkomen en hoe zij het gebied gebruiken, bijvoorbeeld om te wonen of voedsel te zoeken. De resultaten vormen een nulmeting. Deze nulmeting kan later worden gebruikt om ontwikkelingen te volgen en waar nodig bij te sturen.
Het onderzoek wordt in de hele gemeente tegelijk uitgevoerd. Daardoor zijn de resultaten betrouwbaar en goed te vergelijken.
Hoe wordt het onderzoek uitgevoerd?
Voor het onderzoek gebruikt de gemeente een speciale methode: SensorFlooding. Hierbij worden in de bebouwde omgeving veel kleine sensoren geplaatst. Deze sensoren meten ’s avonds en ’s nachts de activiteit van vleermuizen.
Zo ontstaat een goed en volledig beeld van waar vleermuizen vliegen, eten en verblijven. De sensoren helpen onderzoekers om gericht veldwerk te doen. Ze vervangen het veldwerk dus niet, maar maken het wel efficienter en nauwkeuriger.
Wanneer vindt het onderzoek plaats?
Het onderzoek verloopt verspreid over het jaar en sluit aan op het gedrag van de dieren. Bij vleermuizen wordt gekeken in verschillende periodes, zoals de kraamtijd, de zomer en de paartijd in het najaar.
Voor vogels die in gebouwen wonen, zoals de huismus en de gierzwaluw, worden aparte tellingen gedaan volgens vaste regels. Door deze aanpak ontstaat een goed beeld van de leefgebieden van dieren in en rond gebouwen.
Privacy en veiligheid
De gemeente vindt privacy belangrijk. De sensoren voldoen daarom volledig aan de privacywet (AVG). Ze meten alleen hoge geluiden van vleermuizen, die mensen niet kunnen horen. Er worden geen gesprekken, beelden of persoonsgegevens opgenomen. Ook hebben ze geen actieve internet- of netwerkverbinding tijdens het meten en slaan geen persoonsgegevens op. De sensoren worden tijdelijk geplaatst en na enkele nachten weer weggehaald.
Wat merken inwoners hiervan?
Sensoren worden tijdelijk op plekken in de openbare ruimte geplaatst, zoals aan lichtmasten. Ook kunnen inwoners ’s avonds of ’s nachts onderzoekers tegenkomen.
Deze medewerkers zijn herkenbaar en kunnen zich altijd legitimeren. Ze werken volgens vaste veiligheidsregels en werkprotocollen. Voor inwoners heeft het onderzoek geen gevolgen voor de woning of het privéterrein.
Wat gebeurt er met de resultaten?
De resultaten van het onderzoek vormen de basis voor het soortenmanagementplan. De gemeente gebruikt deze gegevens om vast te leggen waar beschermde dieren leven en welke gebieden belangrijk voor hen zijn. Ook helpen de resultaten bij het bepalen van maatregelen om dieren te beschermen en bij het verlenen van vergunningen.
Daarnaast gebruikt de gemeente de gegevens om de situatie in de komende jaren te blijven volgen. Zo kan op tijd worden ingegrepen als het slechter gaat met bepaalde soorten.